Karakter aan de kust Ankie de Jong

Een meisje in oorlogstijd

Bij het vieren van 75 jaar vrijheid zijn er volop verhalen te vertellen. En het kan nog: mensen die de oorlog hebben meegemaakt vragen naar hun herinneringen. Ankie van der Burg woonde tijdens de bezettingsjaren in Vogelenzang.

Aan het begin van de oorlog veranderde er nog weinig, herinnert Ankie van der Burg (84) zich. Zij en haar zusje gingen naar school, hun ouders waren er gewoon elke dag. Toen de Duitsers het schoolgebouw hadden gevorderd en thuisonderwijs op niets uitliep, werden de kinderen uit het dorp aan hun lot overgelaten, vertelt ze: ‘Daarmee bedoel ik dat we het grootste deel van de tijd onszelf moesten bezighouden.’

Veel mannen uit Vogelenzang werden te werk gesteld in Duitsland of ze zaten ondergedoken. ‘Mijn vader zat in de Haarlemmermeer’, vertelt mevrouw Van der Burg. ‘Mijn moeder ging eropuit om tarwe te bemachtigen waar ze brood van kon laten bakken.’ De kleine Ankie speelde intussen met buurtkinderen in het bos van Barnaart. Soldaten zagen ze niet, hoewel ze wisten van een Duits kampement in de omgeving. ‘Ondanks onze nieuwsgierigheid durfden we niet dichtbij te komen.’

Geschoten haas

Het meest bang was Ankie voor luchtgevechten. Enkele keren zag ze hoe een vliegtuig werd geraakt en bemanningsleden die zich met een parachute wisten te redden vanaf de grond werden doodgeschoten. Een ander angstig moment was een razzia: ‘Soldaten denderden de trap op, op zoek naar mijn vader. Tijdens de onderduik is hij maar één keer thuis geweest, want de Duitsers hielden veel controles.’

Toch waren er ook lichtpuntjes, zoals de bezoeken van haar lievelingsoom uit Amsterdam. Hij trok met een sleetje langs familie om eten te halen. ‘Als hij kwam was het feest’, vertelt mevrouw Van der Burg. ‘Hij zong liedjes en vertelde prachtige verhalen. Dat vrolijkte iedereen op, ook al zaten we in het donker met alleen een waxinelichtje.’ In de begintijd ving haar vader soms paling of hij kocht een geschoten haas. Van latere oorlogsjaren herinnert ze zich vooral de honger en de kou. ‘We hadden nauwelijks warme kleren of schoeisel.’

Hout sprokkelen

Twee maanden voor de bevrijding werden inwoners van Vogelenzang geëvacueerd in verband met de ingebruikname van de nabijgelegen V-1 baan. De V-1 was een vliegende bom waarmee de nazi’s Londen wilden bombarderen. Het gezin kreeg een woonark toegewezen in Haarlem. Daar maakte mevrouw Van der Burg als negenjarige de bevrijding mee: ‘Overal waren straatfeesten. Canadezen kwamen in bootjes langs varen met hun liefjes.’ Op haar netvlies staan de vliegtuigen die voedsel kwamen droppen. ‘Van het eierpoeder dat we kregen bakte mijn moeder omeletten. Het wittebrood smaakte naar cake, zo lekker, en ik at voor het eerst chocola!’

De herbegrafenis van verzetsstrijdster Hannie Schaft ziet mevrouw Van der Burg nog voor zich. Met vriendinnetjes van de basisschool stond ze in de erehaag langs de route: ‘Iedereen was muisstil. Wij ook, terwijl we behoorlijke kwebbelaars waren.’ Of ze nog vaak aan de oorlog denkt? ‘Rond 4 mei natuurlijk, en als ik op een plek ben waar ik herinneringen aan heb. Laatst wandelde ik bij het bos van Barnaart en toen kwam dat Duitse kampement weer naar boven. Zelf heb ik niet heel erge dingen meegemaakt. De oorlog maakte ons wel zelfstandiger, hoe jong we ook waren. Zo sprokkelden mijn zusje en ik in het bos hout voor mijn moeder. Maar we haalden ook kattenkwaad uit. Kinderen beleven zo’n intense tijd op hun eigen manier.’

Naar overzicht